ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- Ch. de Vrey
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens zelfstandige arbeid en loonberekening bij ADV-dagen
In deze zaak staat de beëindiging van een WW-uitkering centraal, omdat de betrokkene in een bepaalde week als zelfstandige heeft gewerkt en daardoor zijn werknemerschap zou hebben verloren. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) beëindigde de uitkering per 16 oktober 1995 en handhaafde dit besluit na bezwaar.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat zij oordeelde dat de ADV-dagen als arbeidsuren moesten worden meegeteld bij de berekening van het gemiddeld aantal arbeidsuren, mede op basis van loonstroken waaruit bleek dat de betrokkene loon ontving over 40 uur per week, inclusief ADV-dagen. De Raad stelt echter dat ADV-dagen een verkorting van de arbeidsduur beogen en dat het loon niet over deze dagen betaald wordt, tenzij uitdrukkelijk anders is overeengekomen.
De Raad onderschrijft het standpunt van het Lisv dat het vaste loon per vier weken een vergoeding is voor de normale arbeidstijd minus de ADV-dagen, en dat de wijze van loonadministratie door de werkgever niet tot een andere conclusie leidt. Ook de stelling van de betrokkene dat hij niet tijdig geïnformeerd was over zijn gemiddeld aantal arbeidsuren leidt niet tot een ander oordeel. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waardoor de beëindiging van de WW-uitkering per 16 oktober 1995 rechtsgeldig blijft.
Uitkomst: Het beroep van het Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WW-uitkering per 16 oktober 1995 blijft gehandhaafd.