ECLI:NL:CRVB:1999:3
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken geldige verblijfsvergunning
Appellante, van Marokkaanse nationaliteit, diende in november 1997 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Deze aanvraag werd op 21 januari 1998 afgewezen door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout omdat zij niet beschikte over een geldige verblijfsvergunning en geen acute noodsituatie aanwezig was.
De afwijzing was gebaseerd op een negatieve verklaring van de korpschef ingevolge de Vreemdelingenwet, waarin werd vastgesteld dat appellante niet rechtmatig in Nederland verbleef. Appellante betwistte deze afwijzing slechts op grond van het ontbreken van een acute noodsituatie, maar voerde geen bezwaar tegen de negatieve verblijfsverklaring.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College terecht was uitgegaan van de negatieve verklaring van de korpschef en dat er geen beleidsvrijheid was om hiervan af te wijken. Tevens werd geoordeeld dat er geen sprake was van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 11 Abw Pro, aangezien de situatie van appellante niet levensbedreigend was.
Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en handhaafde de afwijzing van de bijstandsaanvraag. Er werden geen bijzondere omstandigheden vastgesteld die een afwijking van het besluit rechtvaardigden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning en acute noodsituatie.