ECLI:NL:CRVB:1999:AA3422
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A. Beuker-Tilstra
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten over wachtgeld en uitkering na ontslag bij verzelfstandiging gemeente
Appellante was werkzaam bij het Gemeentelijk Energie Bedrijf (GEB) van de gemeente Amsterdam. Door verzelfstandiging werd het GEB opgeheven en werd de NV Energiebedrijf Amsterdam (EBA) opgericht. Appellante kreeg ontslag per 1 november 1994 omdat zij de aangeboden arbeidsovereenkomst bij de EBA niet wilde ondertekenen, uit vrees haar wens tot werktijdvermindering te verliezen.
De gemeente weigerde vervolgens wachtgeld en uitkering toe te kennen, of stelde de hoogte daarvan op nihil, omdat appellante een passende betrekking had geweigerd. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze weigeringen deels gegrond en deels ongegrond. In hoger beroep vernietigt de Raad de besluiten over weigering en nihiltoekenning van wachtgeld en uitkering vanwege onduidelijkheid en strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad oordeelt dat de aangeboden betrekking passend was en dat het niet mogelijk is om tegelijkertijd wachtgeld en uitkering toe te kennen. Ook is de methode van primaire en subsidiaire besluiten in dit geval onrechtmatig omdat het onzekerheid schept over de rechtsgevolgen. De Raad beveelt dat de gemeente opnieuw beslist met inachtneming van de uitspraak. Verder veroordeelt de Raad de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten over wachtgeld en uitkering en beveelt hernieuwde besluitvorming met inachtneming van rechtszekerheid.