ECLI:NL:CRVB:1999:AA3578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.L.M.J. Stevens
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vaste aanstelling secretaris Veterinair tuchtcollege
Appellant was tijdelijk aangesteld als plaatsvervangend secretaris van het Veterinair tuchtcollege met een proeftijdkarakter, gericht op het beoordelen van zijn geschiktheid voor een vaste functie. Na diverse functioneringsgesprekken en evaluaties bleek dat appellant niet voldeed aan de redelijke eisen en verwachtingen, zowel qua kwaliteit en kwantiteit van zijn werk als zijn ambtelijke houding.
De Minister besloot daarom het dienstverband niet voort te zetten en weigerde een vaste aanstelling. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde het besluit en de Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel bekrachtigd.
De Raad stelde vast dat de beoordeling van appellant's functioneren zorgvuldig was gebeurd, met betrokkenheid van directe chefs en de voorzitter van het tuchtcollege. De negatieve conclusies over inzet en loyaliteit rechtvaardigen volgens de Raad de weigering van een vaste aanstelling.
De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigde het besluit van de Minister, waarmee het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van een vaste aanstelling wegens onvoldoende functioneren.