ECLI:NL:CRVB:1999:AA4166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanspraak op toelage wegens arbeidsongeschiktheid door reorganisatie bij Academisch Ziekenhuis
Appellant, werkzaam als bedrijfschef bij het Academisch Ziekenhuis, kreeg in april 1991 te horen dat hij zou worden gedegradeerd naar werktuigkundige B vanwege zijn functioneren. Op 3 november 1991 kreeg hij een hartinfarct en werd arbeidsongeschikt. Hij verzocht om een toelage op grond van arbeidsongeschiktheid in en door de dienst, welke door de werkgever werd geweigerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, mede op basis van een medisch rapport van cardioloog D.R. Dürer. Appellant stelde in hoger beroep dat de reorganisatie en de wijze van bejegening de oorzaak waren van zijn arbeidsongeschiktheid. De Raad hechtte doorslaggevende waarde aan het rapport van de cardioloog, waarin werd geconcludeerd dat hoewel de psychische gevolgen van het gesprek in april 1991 een rol speelden, de arbeidsongeschiktheid niet in overwegende mate aan de reorganisatie te wijten was.
De Raad overwoog dat ook andere factoren, zoals rookgedrag en een hoog cholesterolgehalte, bijdroegen aan het hartinfarct. Tevens was er geen sprake van acute stress vlak voor de ziekte-uitval. Gezien deze omstandigheden werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de toelage bevestigd.