ECLI:NL:CRVB:1999:AA5183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T. Hoogenboom
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten over vaststelling arbeidsongeschiktheid en terugvordering uitkeringen
Appellant ontving uitkeringen op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast door een leerling-verpleegkundige als maatman te hanteren, terwijl appellant stelde dat hij als gediplomeerd chauffeur werkte en dat deze maatman onjuist was.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de besluiten van Lisv ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gehanteerde maatman niet juist was vastgesteld. De Raad stelde vast dat appellant na het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid diverse werkzaamheden had verricht, waaronder als chauffeur, en dat de medische gronden om hem als leerling-verpleegkundige aan te merken onvoldoende waren onderbouwd.
Daarnaast concludeerde de Raad dat de inkomsten uit arbeid die Lisv had gebruikt voor de berekening van de fictieve mate van arbeidsongeschiktheid onjuist waren vastgesteld, met name voor de maanden mei, juni en november 1994. Op grond hiervan vernietigde de Raad zowel de besluiten als de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het door appellant betaalde griffierecht vergoed moet worden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten over de vaststelling van arbeidsongeschiktheid en terugvordering van uitkeringen en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.