ECLI:NL:CRVB:1999:AA5202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluiten over toepassing artikel 33 AAW en terugvorderingen
De zaak betreft hoger beroep tegen besluiten waarbij het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) de AAW-uitkering van gedaagde over diverse periodes onder toepassing van artikel 33 AAW Pro op nihil stelde. De rechtbank had deze besluiten vernietigd omdat gedaagde niet in staat zou zijn arbeid van enige betekenis te verrichten en er geen verband was tussen inkomsten en arbeid.
Appellant stelde dat gedaagde zich als ondernemer bleef presenteren en dat inkomsten uit verhuur van melkquotum en verkoop van gewassen als inkomsten uit arbeid moesten worden beschouwd. De Raad oordeelde dat de fiscale keuze van gedaagde om inkomsten als winst uit onderneming aan te merken in principe leidend is, tenzij bijzondere omstandigheden dit tegenspreken. De Raad vond onvoldoende bewijs voor zulke omstandigheden en concludeerde dat de inkomsten als inkomsten uit arbeid moeten worden gezien.
Daarnaast werd geoordeeld dat de berekening van het maatmaninkomen onjuist was uitgevoerd door gebruik van verkeerde jaren en indexering. Ook was onvoldoende onderbouwd dat het winstaandeel van de broer van gedaagde correct was vastgesteld.
Ten aanzien van de terugvorderingen stelde de Raad, net als de rechtbank, dat niet vaststond dat de betalingen onverschuldigd waren gedaan, waardoor de terugvorderingsbesluiten eveneens vernietigd moesten worden.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en veroordeelde appellant in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de besluiten en veroordeelt appellant in de proceskosten.