ECLI:NL:CRVB:1999:AA8541
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- W.M. Levelt Overmars
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen verzoek inkomensopgave Anw-uitkering
Appellant ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet (Anw). De Sociale Verzekeringsbank verzocht hem om een ingevuld inkomensopgaveformulier terug te sturen ter controle van zijn inkomsten. Appellant maakte bezwaar tegen dit verzoek, dat door de bank niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat het verzoek geen besluit met rechtsgevolgen was, maar slechts een voorbereidingshandeling.
In hoger beroep stelde appellant dat het verzoek wel rechtsgevolgen had, omdat het zijn privacy aantastte en het niet invullen leidde tot een boete en schorsing van de uitkering. De Raad oordeelde dat het verzoek een voorbereidingshandeling is die niet los van het uiteindelijke besluit rechtstreeks in het belang van appellant treedt en daarom niet vatbaar is voor bezwaar of beroep volgens artikel 6:3 Awb Pro.
De Raad benadrukte dat bezwaren tegen de wettelijke regeling van de nabestaandenuitkering in de hoofdprocedure aan de orde kunnen komen en dat eventuele sancties zoals boetes of schorsingen pas in latere besluiten worden genomen waartegen wel bezwaar en beroep openstaat. De uitspraak van de rechtbank blijft daarom in stand en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het verzoek om inkomensopgave geen zelfstandig besluit is en verklaart het hoger beroep ongegrond.