ECLI:NL:CRVB:1999:AA8590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- G.A.J. van den Hurk
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vermogen woonwagen bij bijstandsverlening onder de Algemene bijstandswet
De zaak betreft een geschil tussen het College van burgemeester en wethouders van Venlo en een belanghebbende over de toepassing van de Algemene bijstandswet (Abw) met betrekking tot het vermogen dat is gebonden in een door de belanghebbende bewoonde woonwagen.
De gemeente Venlo beëindigde de bijstandsuitkering van de belanghebbende omdat de waarde van zijn woonwagen het vrij te laten vermogen zou overschrijden. De rechtbank verklaarde het beroep van de belanghebbende gegrond en vernietigde het besluit van de gemeente. De gemeente stelde in hoger beroep dat alleen rekening gehouden moet worden met de vermogensgrenzen van artikel 54 Abw Pro en dat geen specifiek vermogensvrijstellingsbeleid voor woonwagens ontwikkeld hoeft te worden.
De Raad overwoog dat het recht op bijstand niet zonder meer verloren gaat indien tegeldemaking van de woonwagen niet redelijkerwijs kan worden verlangd. Omdat niet was gebleken dat tegeldemaking van de woonwagen van de belanghebbende gerechtvaardigd was, kon de waarde van het vermogen in de woonwagen niet leiden tot beëindiging van de bijstand. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en veroordeelde de gemeente Venlo in de proceskosten.
Uitkomst: De bijstandsverlening mag niet worden beëindigd op grond van het vermogen in de woonwagen omdat tegeldemaking niet redelijkerwijs kan worden verlangd.