ECLI:NL:CRVB:1999:AA8638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Herziening afwijzing aanvulling invaliditeitspensioen wegens rechtszekerheidsbeginsel
Appellant, een voormalig leraar, ontving vanaf 1 april 1989 tot 1 april 1994 herplaatsingswachtgeld en vervolgens een volledig invaliditeitspensioen. Hij verzocht om een aanvulling van 18% op zijn invaliditeitspensioen per 1 april 1994, welke door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen werd afgewezen op basis van artikel I-E20, vijfde lid, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RpbO).
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant niet tijdig had voldaan aan de meldingsplicht van blijvende arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door de aard van het werk, zoals vereist door het RpbO. De Raad overweegt echter dat deze meldingsplicht pas met ingang van 1 januari 1994 van kracht werd en niet terugwerkend kan worden toegepast op de periode tussen 1989 en 1992.
Hierdoor zou het toepassen van artikel I-E20, vijfde lid, in dit geval in strijd zijn met het algemeen rechtszekerheidsbeginsel. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt dat de Minister een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelt de Raad de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de aanvulling op het invaliditeitspensioen wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing.