ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- G.A.J. van den Hurk
- Ch. de Vrey
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor kosten omgangsregeling kinderen
Appellant, vader van twee kinderen uit een ontbonden huwelijk, verzocht bijstand en bijzondere bijstand voor de kosten van levensonderhoud en reiskosten van zijn oudste kind tijdens omgangsbezoeken. De gemeente verleende alleen bijstand naar de norm van een alleenstaande en wees de rest van de aanvraag af. Na bezwaar handhaafde de gemeente dit besluit. De rechtbank sloot zich hierbij aan en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat op grond van de Algemene Bijstandswet en jurisprudentie de kosten van levensonderhoud en reiskosten van het kind ten laste komen van de verzorgende ouder, hier de moeder. De onwil van de moeder om deze kosten te dragen kan niet leiden tot bijstandverlening aan appellant; dit is een kwestie die de ouders onderling moeten regelen.
Appellant voerde aan dat het Verdrag inzake de rechten van het kind hem recht geeft op bijzondere bijstand, met name artikel 9 lid 3 over Pro het recht van het kind op contact met beide ouders. De Raad erkent dat dit artikel, net als artikel 8 EVRM Pro, bindend is, maar oordeelt dat dit niet verplicht tot financiële ondersteuning voor het mogelijk maken van omgang met kinderen die in een andere gemeente wonen.
Daarnaast wees de Raad het beroep op artikel 13 van Pro het Europees Sociaal Handvest af, omdat dit niet tot algemene verbindende bepalingen behoort. Gezien deze overwegingen bevestigt de Raad het bestreden besluit en ziet geen grond voor toepassing van bestuursrechtelijke herstelmaatregelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor kosten van omgangsregeling kinderen.