ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten rechtsbijstand in bezwaarprocedure Werkloosheidswet
Gedaagde is op staande voet ontslagen en ontving een WW-uitkering waarop een sanctie van 20% werd toegepast wegens verwijtbare werkloosheid. Gedaagde maakte bezwaar tegen deze sanctie en verzocht tevens om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase.
De bezwaren tegen de sanctie werden gegrond verklaard, waardoor de sanctie kwam te vervallen. Echter werd het verzoek tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand afgewezen in een apart primair besluit, waartegen bezwaar werd gemaakt en dat vervolgens werd bestreden bij de rechtbank.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat het verzoek om vergoeding in het besluit op bezwaar had moeten worden behandeld. De Centrale Raad van Beroep stelt in hoger beroep dat het bestuursorgaan niet verplicht is om in het besluit op bezwaar over het verzoek tot vergoeding te beslissen en dat een apart primair besluit daarvoor mogelijk is.
De Raad bevestigt dat in dit geval geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand leiden en verklaart het beroep ongegrond. Daarmee blijft het besluit tot afwijzing van de vergoeding in stand.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase wordt terecht afgewezen.