ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over afwijzing aanvraag bijstand extraneus student
Gedaagde, een extraneus student culturele antropologie aan de Vrije Universiteit, vroeg algemene bijstand aan nadat haar studiefinanciering was beëindigd. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af op grond van artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Algemene bijstandswet (Abw), omdat zij onderwijs volgde.
De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit, omdat de wetstekst en jurisprudentie niet van toepassing waren op extraneus studenten. Het College stelde hoger beroep in, maar handhaafde ter zitting niet langer het standpunt dat artikel 9 lid 2 onder Pro b Abw van toepassing was.
De Raad concludeerde dat de afwijzing niet kon worden gerechtvaardigd op basis van de Abw of de Wet op de studiefinanciering, en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van gedaagde.
De uitspraak benadrukt dat extraneus studenten niet onder de uitsluitingsgronden van artikel 9 lid 2 Abw Pro vallen en dat studiekosten en levensonderhoud in deze context niet als niet-noodzakelijke bestaanskosten worden aangemerkt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de afwijzing van de aanvraag algemene bijstand van de extraneus student onrechtmatig was en veroordeelt het College in de proceskosten.