ECLI:NL:CRVB:2000:2
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over ingangsdatum bijstandsuitkering na WW-uitkering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de ingangsdatum van haar bijstandsuitkering, die was vastgesteld op 29 juli 1997, terwijl zij wilde dat deze inging per 1 juli 1997 vanwege werkzaamheden van haar echtgenoot.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat bijstand op aanvraag wordt verleend en in principe niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
Het feit dat appellante vergeten was tijdig een aanvraag in te dienen en dat zij in de periode vóór de aanvraag niet beschikte over middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, worden niet als bijzondere omstandigheden aangemerkt.
De Raad concludeert dat de aangevallen uitspraak juist is en dat geen gronden aanwezig zijn voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De beslissing van de gemeente Zundert wordt daarmee bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de bijstandsuitkering niet met terugwerkende kracht kan ingaan vóór de aanvraagdatum.