ECLI:NL:CRVB:2000:AA5204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag politieagent wegens onvoldoende feitelijke grondslag
Appellant was tijdelijk aangesteld als politieagent met een proeftijd die verlengd werd na een eerste functioneringsgesprek waarin zijn functioneren als voldoende werd beoordeeld. Tijdens een tweede functioneringsgesprek concludeerde de ploegchef dat appellant uit de dienst moest worden ontheven vanwege vermeend onjuist gedrag, wat appellant ontkende. De Raad oordeelde dat de enkele verklaringen van de ploegchef onvoldoende concrete feiten bevatten om het ontslag te rechtvaardigen.
Er ontbraken nadere onderbouwingen zoals rapportages of proces-verbalen over de incidenten, en verklaringen van andere betrokkenen ontbraken of waren positief over appellant. Ook een psychiatrisch rapport gaf geen aanwijzingen voor psychische ongeschiktheid. De Raad stelde vast dat het ontslagbesluit niet voldeed aan het motiveringsbeginsel van de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde het besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank.
De Raad veroordeelde de politieregio Haaglanden tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant. De vernietiging van het ontslagbesluit betekent niet dat appellant recht heeft op een vaste aanstelling. De zaak benadrukt het belang van een gedegen feitelijke onderbouwing bij ontslag op grond van onvoldoende functioneren tijdens de proeftijd.
Uitkomst: Het ontslagbesluit van appellant wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag.