ECLI:NL:CRVB:2000:AA5272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T. Hoogenboom
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van medische beperkingen
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) trok de uitkering van gedaagde krachtens de AAW en WAO in per 21 mei 1995, nadat een medisch heronderzoek en arbeidsdeskundig onderzoek hadden geconcludeerd dat gedaagde geschikt was voor aangepaste arbeid met minder dan 25% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering van het medische standpunt en stelde dat de parafilieën van gedaagde als ziekte moesten worden beschouwd waardoor hij niet in staat was tot arbeid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat artikel 4:17 Awb Pro niet van openbare orde is en de rechtbank daarmee buiten haar bevoegdheid trad. De Raad stelt dat de medische beperkingen juist zijn vastgesteld en dat de psychische toestand van gedaagde geen beletsel vormt voor de verrichte arbeid. De Raad benadrukt dat het risico op impulsdoorbraak onvoldoende is om arbeidsongeschiktheid te rechtvaardigen.
Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond, waardoor de intrekking van de uitkering in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering blijft in stand.