ECLI:NL:CRVB:2000:AA5488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Ontslag burgemeester wegens schijn van belangenverstrengeling zonder eervol ontslag
Appellant, burgemeester van de gemeente X, werd ontslagen na een onderzoek naar belangenverstrengeling bij de aankoop van een kavel en de herziening van een bestemmingsplan. De gemeenteraad sprak het vertrouwen in hem op, waarna de Minister van Binnenlandse Zaken hem ontslag verleende zonder het predikaat 'eervol'.
Appellant voerde aan dat het ontslag onzorgvuldig tot stand kwam en dat het predikaat 'eervol' ten onrechte werd onthouden. De Raad oordeelde dat het ontslag op grond van de schijn van belangenverstrengeling gerechtvaardigd was, maar dat de motivering voor het onthouden van het eervolle ontslag onvoldoende was. De Raad stelde dat het niet willens en wetens schenden van normen onvoldoende is voor het onthouden van het predikaat.
Daarnaast werd een bezwaarprocedure over een reïntegratiemelding behandeld. De Raad oordeelde dat de brief van de Minister geen besluit was en verklaarde het bezwaar ongegrond. De Raad veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten en beval een nieuw besluit op bezwaar over het eervolle ontslag.
Uitkomst: Het ontslag van de burgemeester wordt bevestigd, maar het besluit om het eervolle ontslag te onthouden wordt vernietigd en een nieuw besluit op bezwaar wordt bevolen.