ECLI:NL:CRVB:2000:AA5573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over het voeren van de titel professor na eervol ontslag
Appellant, een voormalig hoogleraar, kreeg eervol ontslag vanwege de opheffing van zijn leerstoel. Na zijn ontslag werd in officiële stukken zijn titel professor niet meer vermeld. Appellant verzocht het College van Bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven om te erkennen dat hij het recht heeft de titel professor te blijven voeren en stelde dat het College van Dekanen onrechtmatig had gehandeld door hem deze titel te ontzeggen.
Het College verwees naar artikel 9.61, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en stelde dat het recht om de titel professor te voeren voortvloeit uit de wet en niet door het College kan worden toegekend of ontzegd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders.
De Raad stelde vast dat de mededeling van het College geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was, maar een feitelijke mededeling zonder rechtsgevolg. Ook was het bezwaar van appellant tegen deze mededeling niet-ontvankelijk omdat het geen handeling betrof die zijn rechtspositie als gewezen ambtenaar rechtstreeks raakte.
Verder oordeelde de Raad dat het College niet bevoegd was om te beslissen over het vermeende onrechtmatig handelen van het College van Dekanen bij promoties. Daarom was ook dat bezwaar niet-ontvankelijk. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, het bezwaar niet-ontvankelijk, en veroordeelde de Technische Universiteit Eindhoven tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen de mededeling van het College is niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd.