ECLI:NL:CRVB:2000:AA5692
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsuren in referteperiode voor WW-uitkering bij arbeidsongeschiktheid
In deze zaak is in hoger beroep beoordeeld of de weken 1 tot en met 5 van 1996, waarin gedaagde werkzaamheden verrichtte bij werkgever Y, moeten worden meegeteld als arbeidsweken in de referteperiode voor de Werkloosheidswet (WW).
Appellant stelde dat deze weken buiten beschouwing moesten blijven omdat gedaagde wegens arbeidsongeschiktheid geen arbeid of niet substantieel arbeid had verricht. De Raad overwoog dat hoewel situaties van mislukte werkhervatting denkbaar zijn, hiervoor in dit geval geen aanknopingspunten bestaan. De werkzaamheden in genoemde weken waren vergelijkbaar met eerdere periodes en werden bepaald door de aard van de arbeid en de bedrijfstak.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat deze weken meetellen als arbeidsweken, waardoor gedaagde voldoet aan de referte-eis voor de WW-uitkering. Tevens werd appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de weken waarin gedaagde ondanks arbeidsongeschiktheid werkte meetellen voor de referteperiode van de WW-uitkering.