ECLI:NL:CRVB:2000:AA6360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Centrale Raad van Beroep bij bijdrage FVP 1995 en beoordeling van onbillijkheidsclausule
Appellant, die na werkloosheid en werkhervatting aanspraak maakte op een bijdrage krachtens de Bijdrageregelen FVP 1995, kreeg deze geweigerd omdat hij niet deelnam aan een pensioenvoorziening zoals bedoeld in de regeling. De rechtbank verklaarde zich bevoegd en wees het beroep af. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de bevoegdheid van de rechtbank en de eigen bevoegdheid om kennis te nemen van het hoger beroep, ondanks dat de Wet oprichting FVP en de Bijdrageregelen FVP 1995 niet in de bijlage van de Beroepswet zijn opgenomen.
De Raad oordeelt dat de regeling nauwe verwantschap vertoont met de Werkloosheidswet en pensioenwetgeving, waardoor de Raad bevoegd is. De Raad toetst vervolgens of gedaagde het besluit tot weigering van de bijdrage redelijk heeft genomen, mede gelet op de hardheidsclausule in artikel 43, tweede lid, van de Bijdrageregelen FVP 1995. De Raad concludeert dat gedaagde in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen en geen onrechtmatigheid of strijd met rechtsbeginselen is vastgesteld.
Het beroep van appellant op de Garantieregeling in het kader van de WW wordt door de Raad niet gevolgd. De Raad bevestigt het besluit van 24 mei 1996 en wijst het beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de bijdrage bevestigd.