ECLI:NL:CRVB:2000:AA6849
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar wegens ongeschiktheid na onvoldoende functioneren
Appellant, werkzaam als B-functionaris bij de Belastingdienst, werd ontslagen wegens ongeschiktheid voor zijn functie op grond van artikel 98, eerste lid, aanhef en onder g, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR). Dit ontslag werd eerder geschorst, maar later gehandhaafd met een gewijzigde ingangsdatum.
De Raad overweegt dat de beoordelingen van appellant, die matige scores op diverse aspecten van functioneren bevatten, in rechte vaststaan. Appellant voerde aan dat zijn medische beperkingen onvoldoende zijn meegewogen, maar de Raad concludeert dat de ongeschiktheid niet in overwegende mate aan lichamelijke gebreken kan worden toegeschreven.
Verder was er geen passende functie beschikbaar binnen de Belastingdienst op een lager niveau dan B-functionaris, en gezien het disfunctioneren en de houding van appellant was herplaatsing niet reëel. Het ontslag kwam appellant niet onverwacht, aangezien hij herhaaldelijk was gewaarschuwd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.