ECLI:NL:CRVB:2000:AA7223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en wachttijd bij functiewijziging zonder medische grondslag
Gedaagde was werkzaam als medewerker A-TIB en werd per 2 april 1996 overgeplaatst naar de functie van algemeen bedieningsman. Appellant kende op 4 maart 1997 een AAW/WAO-uitkering toe met ingang van 9 juni 1996, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Gedaagde stelde dat hij vanaf 9 juni 1996 niet onafgebroken 52 weken meer dan 15% arbeidsongeschikt was, mede omdat hij vanaf 2 april 1996 weer werkzaamheden verrichtte.
De rechtbank vernietigde het besluit omdat onvoldoende medische gronden voor de overplaatsing waren en de wachttijd niet was vervuld. In hoger beroep bevestigde de Raad deze uitspraak. Uit de stukken bleek dat gedaagde geen ziekengeld ontving vanaf 2 april 1996 tot 30 mei 1996 en dat de overplaatsing niet op medische gronden, maar op organisatorische redenen was gebaseerd. Diverse verklaringen, waaronder van de ondernemingsraad en de bedrijfsarts, ondersteunden dit.
De Raad oordeelde dat het besluit niet in stand kon blijven en veroordeelde appellant in de proceskosten van gedaagde. Tevens werd een recht van appellant geheven. De uitspraak bevestigt de noodzaak van overtuigende medische argumenten bij functiewijzigingen die samenhangen met arbeidsongeschiktheid en benadrukt het belang van correcte vaststelling van de wachttijd voor uitkeringsrechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot toekenning van de AAW/WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van onafgebroken arbeidsongeschiktheid en afwezigheid van medische grondslag voor functiewijziging.