ECLI:NL:CRVB:2000:AA8164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.Th. Wolleswinkel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering onverschuldigde AAW-uitkeringen en maatmaninkomen zelfstandige
Het geschil betreft de terugvordering door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) van onverschuldigd betaalde AAW-uitkeringen aan gedaagde, een veehouder, over de periode van 1 april 1994 tot 1 januari 1995. Het Lisv trad in de plaats van de bedrijfsvereniging en had op basis van een indexering van het maatmaninkomen via LEI-cijfers een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering vastgesteld en teruggevorderd.
De rechtbank had het beroep van gedaagde tegen de terugvordering gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat het voor gedaagde niet redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat de uitkering onverschuldigd was betaald. Appellant stelde in hoger beroep dat gedaagde rekening moest houden met herziening op basis van achteraf vastgestelde inkomsten.
De Raad oordeelde dat het uitgangspunt van appellant onjuist was, mede gelet op eerdere uitspraken waarin de gebruikte LEI-indexeringsmethode werd afgewezen. De onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit over het maatmaninkomen maakte dat de terugvordering niet gerechtvaardigd was. De Raad bevestigde daarmee het vernietigde besluit en veroordeelde appellant in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Raad bevestigt vernietiging van de terugvordering en veroordeelt appellant in de proceskosten.