ECLI:NL:CRVB:2000:AA6374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onjuiste maatmaninkomensbepaling
Appellante, werkzaam in een varkensbedrijf, ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de AAW. Gedaagde trok deze uitkering in per 1 februari 1996, stellende dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedroeg, gebaseerd op een herberekening van het maatmaninkomen met behulp van indexering via branchegemiddelden.
De kern van het geschil betrof de juiste vaststelling van het maatmaninkomen, waarbij appellante betoogde dat de gehanteerde indexeringsmethode te veel gewicht gaf aan het gemiddelde gezinsinkomen van één jaar, waardoor de relatie met de werkelijke bedrijfswinsten in de referteperiode werd verstoord.
De Raad oordeelde dat de methode van gedaagde niet in overeenstemming was met de jurisprudentie en het Schattingsbesluit, omdat het te veel afweek van de werkelijke winstontwikkeling over de drie voorafgaande jaren. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd en gedaagde werd opgedragen tot een nieuwe beoordeling over te gaan, waarbij appellante niet in een lagere klasse mocht worden ingedeeld dan voorheen.
Ook werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De Raad sprak zich niet uit over eventuele schadevergoeding omdat de uitkomst van het nieuwe besluit nog onbekend is.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen tot een nieuwe beoordeling over te gaan.