ECLI:NL:CRVB:2000:AA8214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging schorsingsbesluit ambtenaar in afwachting medisch onderzoek
Appellante, een ambtenaar bij de gemeente Den Haag, werd in 1998 geschorst in afwachting van een geneeskundig onderzoek vanwege verstoorde arbeidsverhoudingen. Diverse besluiten rondom deze schorsing en het onderzoek werden aangevochten en leidde tot meerdere procedures bij de rechtbank en de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de besluiten van 23 februari en 11 maart 1998 wel rechtsgevolg hadden en dat de bezwaarprocedure correct moest worden toegepast. Het schorsingsbesluit van 10 februari 1998 werd vernietigd omdat het bij besluit van 17 april 1998 onrechtmatig werd vervangen zonder gewijzigde omstandigheden. De Raad bevestigde dat appellante gedurende de schorsingsperiode haar volledige salaris behield en dat er geen sprake was van voor vergoeding in aanmerking komende schade.
Verder werd vastgesteld dat na beëindiging van de schorsing op 17 november 1998 geen feitelijke of formele belemmering was voor werkhervatting. De Raad vernietigde ook het besluit van 6 juli 1999 dat het bezwaar van appellante tegen het niet uitvoeren van het schorsingsbeëindigingsbesluit ongegrond verklaarde. Tenslotte werden enkele andere besluiten vernietigd of bevestigd in lijn met de eerdere uitspraken van de rechtbank, waarbij ook werd vastgesteld dat er sprake was van ernstig verstoorde arbeidsverhoudingen.
Uitkomst: Het schorsingsbesluit van 17 april 1998 en het besluit van 11 augustus 1998 worden vernietigd; geen schadevergoeding toegekend.