ECLI:NL:CRVB:2000:AA8322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ontslag en salarisvermindering wegens arbeidsongeschiktheid ambtenaar
Appellant, een ambtenaar bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, werd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid en niet-medewerking aan procedures ontslagen. Diverse besluiten omtrent salarisverminderingen en bezwaarprocedures werden door de rechtbanken behandeld en door appellant bestreden in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat appellant terecht arbeidsongeschikt werd verklaard voor zijn eigen werk en dat de salarisvermindering wegens het niet aanvragen van een WAO-conforme uitkering correct was. De Raad bevestigt dat gedaagde bevoegd was om het teveel betaalde salaris terug te vorderen en dat de reïntegratie-inspanningen van gedaagde voldoende waren, ondanks het ontbreken van een reïntegratieplan in die periode.
Verder vernietigt de Raad een uitspraak van de rechtbank die een besluit van gedaagde inzake salarisbetaling vernietigde wegens niet-ontvankelijkheid van appellant, en verklaart het hoger beroep in die zaak ongegrond. Ten aanzien van het ontslag oordeelt de Raad dat appellant ongeschikt was voor het ambt vanwege zijn halsstarrige houding en het niet naleven van regels, ondanks medische geschiktheid voor ander passend werk.
De Raad bevestigt ook dat het bezwaar tegen de uitschrijving uit het mobiliteitscentrum terecht werd behandeld en dat de rechtbank niet hoefde te bepalen dat gedaagde een opdracht moest krijgen bij vernietiging van het besluit. Verzoeken tot schadevergoeding wegens onrechtmatige besluiten worden afgewezen. De Raad concludeert dat de besluiten en uitspraken in hoofdzaak rechtmatig zijn en bevestigt deze, behalve waar anders vermeld.
Uitkomst: Het ontslag en de salarisvermindering van appellant worden bevestigd, met vernietiging van een uitspraak over salarisbetaling wegens procedurele fouten.