ECLI:NL:RBZWO:2001:AE2306
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Szauer-Bos
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziekte of gebrek niet gegrond verklaard
Eiseres was werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en kreeg eervol ontslag wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. Dit ontslag volgde na een periode van arbeidsongeschiktheid die verband hield met seksuele intimidatie door haar leidinggevende en de daaropvolgende klachtenprocedure. De rechtbank oordeelt dat de arbeidsongeschiktheid situatief is en niet voortkomt uit ziekte of gebrek, en dat eiseres niet kan worden verweten dat zij ongeschikt is geworden voor haar functie.
De rechtbank stelt vast dat de klacht over seksuele intimidatie gegrond is verklaard en dat de afhandeling daarvan frustrerend was voor eiseres, wat leidde tot uitval en uiteindelijk definitieve arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vindt dat de ontslaggrond zoals toegepast door verweerder (artikel 98, lid 1, onder g ARAR) niet passend is, omdat deze ontslaggrond vereist dat de ongeschiktheid voortkomt uit karaktereigenschappen of verwijtbare gedragingen, wat hier niet het geval is.
Verweerder had volgens de rechtbank beter de ontslaggrond 'andere gronden' (artikel 99 ARAR Pro) kunnen toepassen, die meer recht doet aan situaties waarin de werknemer buiten eigen schuld ongeschikt is geworden. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht en bepaalt dat een nieuw besluit moet worden genomen.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziekte of gebrek wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen.