ECLI:NL:CRVB:2000:AA8327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T. Hoogenboom
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Buitengewoon overgewicht als gebrek voor arbeidsongeschiktheid volgens AAW en WAO
Appellant, werkzaam in een vleeswarenfabriek, kreeg aanvankelijk uitkeringen op grond van de AAW en WAO vanwege arbeidsongeschiktheid. Deze uitkeringen werden ingetrokken omdat hij minder dan de vereiste mate arbeidsongeschikt werd geacht. Na heropening van de uitkeringen wegens duimklachten werd het besluit tot intrekking gehandhaafd door de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep onderzocht het geval opnieuw en liet appellant medisch onderzoeken door internist dr. H.H. Vincent. Deze deskundige concludeerde dat appellant een levensbedreigende adipositas had met een gewicht van circa 240 kilogram, waardoor hij vrijwel niets meer kon verrichten en het vervullen van geselecteerde functies medisch onmogelijk was.
De Raad achtte de medische zienswijze van de deskundige overtuigend en oordeelde dat het buitengewone overgewicht in dit specifieke geval als een gebrek in de zin van de AAW en WAO moet worden beschouwd, ondanks dat adipositas in algemene zin niet als ziekte of gebrek wordt gekwalificeerd. Hierdoor is appellant ongeschikt voor de functies waarvoor hij geselecteerd was en heeft hij recht op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de gedaagde tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het buitengewone overgewicht van appellant wordt als gebrek aangemerkt, waardoor het intrekkingsbesluit wordt vernietigd en appellant recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.