ECLI:NL:CRVB:2000:AA8847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening loongerelateerde WW-uitkering ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellant, een tropisch bosbouwkundige die vrijwillig WW-verzekerd was, vroeg op 28 januari 1997 een WW-uitkering aan. Aanvankelijk werd hem een loongerelateerde uitkering toegekend van 2,5 jaar met een dagloon van f 294,00. Na ontdekking van een rekenfout werd dit op 17 december 1997 herzien tot een uitkering van 1,5 jaar, ingaand per 3 februari 1997.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat hij op basis van het oorspronkelijke besluit gerechtvaardigde verwachtingen had opgebouwd, onder meer door aankoop van een huis en financiële verplichtingen. De president van de rechtbank Arnhem wees het beroep af en bevestigde dat geen schending van het vertrouwens-, rechtszekerheids- of zorgvuldigheidsbeginsel had plaatsgevonden.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de correctie tijdig werd meegedeeld, ruim voor het einde van de uitkeringsduur, en dat appellant relatief kort in de onjuiste veronderstelling verkeerde. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de herziening, ook niet op grond van het vertrouwensbeginsel, mede omdat appellant geen concrete nadelige handelingen kon aantonen die hij anders niet zou hebben verricht.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat de herziening niet in strijd was met enige wettelijke of ongeschreven rechtsregel of bestuursrechtelijk beginsel. De uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de loongerelateerde WW-uitkering van 2,5 naar 1,5 jaar en wijst het beroep van appellant af.