ECLI:NL:CRVB:2008:BD3893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WW-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellant kreeg een loongerelateerde WW-uitkering toegekend op basis van een dagloon van €159,99. Het UWV herzag dit dagloon met terugwerkende kracht vanaf november 2002 naar €141,28, omdat de eindejaarsuitkering per ongeluk per dag in plaats van per maand was verwerkt. Appellant betwistte dat hem vanaf november 2002 duidelijk was dat hij te veel uitkering ontving en verzocht meerdere malen om opheldering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Raad overwoog dat het besluit van het UWV onvoldoende was gemotiveerd omdat appellant geen te veel ontvangen uitkering had vanaf november 2002. De Raad oordeelde dat de herziening met terugwerkende kracht tot november 2002 niet in overeenstemming was met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De Raad stelde dat appellant pas na ontvangst van een brief in september 2003 redelijkerwijs kon begrijpen dat het dagloon lager was vastgesteld en dat herziening vanaf oktober 2003 wel geoorloofd zou zijn. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij ook rekening kan worden gehouden met het feit dat het ontslag van appellant ongedaan is gemaakt.
Tot slot wees de Raad een vergoeding van het betaalde griffierecht toe aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.