ECLI:NL:CRVB:2000:AB2459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.L.M.J. Stevens
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering wachtgeld bij privatiseringsontslag op grond van Sociaal Statuut
Appellant was werkzaam bij het Centrum dat onderdeel was van de openbare dienst van de gemeente. In 1993 besloot de gemeenteraad tot privatisering van het Centrum en stelde een Sociaal Statuut vast ter behoud van werkgelegenheid bij privatisering. Dit Statuut bevatte een regeling voor wachtgeld en uitkering bij privatiseringsontslag, met beperkingen ten opzichte van de algemene ambtenarenregelingen.
Per 1 januari 1996 vond de privatisering plaats en werd appellant eervol ontslagen op grond van artikel 8:4, eerste lid, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR). Appellant vroeg wachtgeld toe te kennen, maar dit werd geweigerd op basis van het Sociaal Statuut, dat volgens gedaagde voorrang heeft boven de algemene CAR-regeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook de Centrale Raad van Beroep volgde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het Sociaal Statuut als lex specialis bleef gelden na inwerkingtreding van de CAR, omdat in de CAR geen specifieke regeling voor wachtgeld bij privatiseringsontslag is opgenomen. Hierdoor was de weigering van wachtgeld terecht. De Raad zag geen aanleiding om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van wachtgeld op grond van het Sociaal Statuut bij privatiseringsontslag.