ECLI:NL:CRVB:2000:AE8563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep oordeelt dat arbeidsverhouding geen dienstbetrekking is wegens gezamenlijk ondernemerschap
De zaak betreft een geschil tussen appellante en het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) over de verzekeringsplicht van een werknemer in het kader van sociale verzekeringswetten.
Appellante voerde aan dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond tussen haar en de werknemer, omdat geen gezagsverhouding aanwezig was en de relatie eerder als gezamenlijk ondernemerschap moest worden gekwalificeerd. Het Lisv stelde dat de werknemer verplicht verzekerd was omdat hij arbeid verrichtte binnen een arbeidsverhouding.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de arbeidsverhouding niet als dienstbetrekking kon worden aangemerkt vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding. De Raad nam de stemovereenkomst en de gefaseerde aandelenoverdracht in aanmerking, waardoor de werknemer feitelijk als zelfstandige moest worden beschouwd.
Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd. Tevens werd Lisv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit en oordeelt dat geen sprake is van een dienstbetrekking wegens gezamenlijk ondernemerschap.