ECLI:NL:PHR:2012:BU8926
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht werknemersverzekeringen voor B-aandeelhouders notarisvennootschap
Belanghebbende, een notarisvennootschap, betwistte de beschikking van de Belastingdienst dat haar B-aandeelhouders verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. De Rechtbank en het Hof verklaarden het beroep ongegrond. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat hoewel notarissen volgens de Wet op het notarisambt hun ambt niet in dienstbetrekking mogen uitoefenen, dit niet uitsluit dat er civielrechtelijk wel sprake kan zijn van een dienstbetrekking.
Het Hof oordeelde dat de B-aandeelhouders een ondergeschikte positie innemen ten opzichte van de A-aandeelhouders, onder meer omdat zij geen stemrecht hebben bij belangrijke besluiten zoals het wijzigen en beëindigen van aansluitingsovereenkomsten, geen zitting hebben in het bestuur, en verzekerd zijn van een minimuminkomen met een gelimiteerd winstaandeel. Deze feiten wijzen op een gezagsverhouding en dus op een dienstbetrekking.
De Hoge Raad benadrukt dat het ontbreken van stemrecht bij ontslagbesluiten doorslaggevend is voor het oordeel dat de B-aandeelhouders sociaal verzekerd zijn. Hoewel sommige argumenten van het Hof niet overtuigen, blijft het oordeel in stand. De leer van de Centrale Raad van Beroep over gezamenlijk ondernemerschap wordt kritisch besproken, waarbij wordt gesteld dat de Hoge Raad deze niet hoeft te volgen. De conclusie is dat het beroep van belanghebbende ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; B-aandeelhouders zijn verplicht verzekerd voor werknemersverzekeringen.