ECLI:NL:CRVB:2000:AJ9636
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over recht op algemene bijstand bij verhuur woning Curaçao
Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de president van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam inzake de toekenning van algemene bijstand aan een inwoner met inkomsten uit verhuur van een woning op Curaçao.
De rechtbank had geoordeeld dat bij de beoordeling van het recht op algemene bijstand rekening moest worden gehouden met de huurinkomsten minus de onontkoombare en gebruikelijke eigenaarslasten, zoals hypotheekrente en onderhoudskosten. De rechtbank vernietigde het besluit tot afwijzing van de aanvraag om algemene bijstand, omdat deze kosten niet waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat op grond van de huidige Algemene bijstandswet de inkomsten uit verhuur volledig in aanmerking moeten worden genomen, afgezien van het bepaalde in artikel 45 Abw Pro. De kosten verbonden aan de geldlening kunnen niet als kosten samenhangend met het verkrijgen van huurinkomsten worden aangemerkt. De president stelt vast dat de betrokkene daadwerkelijk over deze inkomsten beschikt.
Daarom wordt het hoger beroep van het College van B&W gegrond verklaard, de vernietiging van het besluit tot afwijzing van de aanvraag om algemene bijstand wordt teruggedraaid en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Het griffierecht wordt terugbetaald aan de gemeente.
Uitkomst: Het hoger beroep van het College van B&W wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanvraag om algemene bijstand wordt bevestigd.