ECLI:NL:CRVB:2000:BJ7105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.H. van Kreveld
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag politieagent wegens plichtsverzuim en ongeoorloofd gedrag
Appellant, politieagent, werd op 30 juni 1995 aangehouden in een illegaal gokpand terwijl hij ongeautoriseerd een dienstpistool droeg. Na een onderzoek legde de korpsbeheerder hem ontslag op wegens meerdere gedragingen waaronder het bezoeken van verboden gelegenheden, deelname aan gokspelen, het ongeoorloofd dragen van het dienstpistool en het delen van vertrouwelijke informatie.
Appellant voerde verweren aan, waaronder vermeende vooringenomenheid van onderzoekers en het ontbreken van bewijs voor bepaalde gedragingen. De Raad verwierp deze bezwaren en stelde vast dat het vertrouwen in appellant onherstelbaar was beschadigd. Het verzoek om het horen van extra getuigen werd afgewezen vanwege het late stadium van de procedure en het ontbreken van nieuwe relevante feiten.
De Raad oordeelde dat appellant zich niet als een goed ambtenaar had gedragen en dat het ontslag niet onevenredig was gezien de ernst van de gedragingen. Tevens werd het verzoek om wachtgeld afgewezen omdat het Barp geen wachtgeld bij disciplinair ontslag toestaat.
De uitspraak bevestigt het eerdere besluit van de rechtbank en het besluit van de korpsbeheerder, waarmee het ontslag en de weigering van wachtgeld in stand blijven.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wordt bevestigd en het verzoek om wachtgeld wordt afgewezen.