ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoeding biologische behandeling borstkanker in Duitsland
Appellante heeft na een operatie in Nederland voor borstkanker gekozen voor een biologische behandeling in Duitsland, bestaande uit een streng dieet en medicatie, in plaats van de gebruikelijke postoperatieve radiotherapie. Gedaagde, een zorgverzekeraar, weigerde de kosten van deze behandeling te vergoeden, wat werd bevestigd in een besluit en door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellante dat de biologische behandeling als een verstrekking in de zin van de Ziekenfondswet (ZFW) moest worden aangemerkt en dat haar behandelend artsen in Nederland deze als een zinvol alternatief zagen. Gedaagde betoogde dat de behandeling niet gebruikelijk was binnen de beroepsgroep en dat ook in Duitsland geen erkenning bestond.
De Raad overwoog dat de beoordeling van gebruikelijkheid moet plaatsvinden binnen de Nederlandse beroepsgroep, die op de hoogte is van internationale ontwikkelingen. Op basis van medische rapporten en verklaringen van artsen van het Nederlands Kanker Instituut en de behandelend arts in Duitsland concludeerde de Raad dat de behandeling niet gebruikelijk is en niet wetenschappelijk bewezen. Hierdoor komt de behandeling niet voor vergoeding op grond van de ZFW in aanmerking.
De Raad vond geen aanleiding om het beroep gegrond te verklaren en bevestigde de eerdere uitspraak. De vraag of appellante op grond van het EG-verdrag recht had op vergoeding werd niet verder behandeld vanwege het ontbreken van een verstrekking in de zin van de ZFW.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van vergoeding voor de biologische behandeling in Duitsland.