ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vermogen bij algemene bijstand en de rol van studieschulden
Gedaagde vroeg algemene bijstand aan en had een studieschuld die niet direct opeisbaar was. De gemeente Utrecht kende bijstand toe met ingang van een latere datum vanwege het vermogen van gedaagde, waarbij de studieschuld buiten beschouwing werd gelaten. De rechtbank stelde dat studieschulden wel meegewogen moesten worden bij de vermogensvaststelling, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak.
De Raad overwoog dat volgens artikel 51 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) schulden alleen in aanmerking genomen kunnen worden indien het bestaan en de terugbetalingsverplichting voldoende vaststaan. Omdat bij studieschulden de terugbetaling afhankelijk is van draagkracht en mogelijk wordt kwijtgescholden, stond dit niet vast. De Raad vond dat het college van burgemeester en wethouders terecht de studieschuld buiten beschouwing had gelaten.
Ook werd geoordeeld dat het hoger beroep van de gemeente ontvankelijk was, ondanks dat de gemeenteraad het niet had bekrachtigd. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van gedaagde tegen het besluit van 8 november 1996 ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het college mocht de studieschuld buiten beschouwing laten bij de vermogensvaststelling.