ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigen bijdrage thuiszorg op basis van belastbaar inkomen volgens AWBZ
Appellant, een gehandicapte die thuiszorg ontvangt, betwistte de vaststelling van zijn eigen bijdrage op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). De bijdrage was vastgesteld op f 175,-- per week, gebaseerd op het gezamenlijke belastbaar inkomen van appellant en zijn echtgenote in het peiljaar 1995.
Appellant voerde aan dat de verhoging van zijn AAW/WAO-uitkering tot 85% van de grondslag, bedoeld als tegemoetkoming voor hulpbehoevendheid, buiten beschouwing moest blijven bij de vaststelling van het bijdrageplichtige inkomen. Volgens hem leidde deze verhoging tot een onevenredige stijging van het belastbaar inkomen en daarmee tot een onredelijk hoge eigen bijdrage.
De Raad overwoog dat het Bijdragebesluit Zorg expliciet voorschrijft dat het bijdrageplichtig inkomen wordt vastgesteld op basis van het belastbaar inkomen zoals bedoeld in de Wet op de Inkomstenbelasting 1964. De door appellant aangevoerde inkomenseffecten en bezwaren tegen de toepassing van dit begrip leiden niet tot strijd met geschreven of ongeschreven recht. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in rechte stand houdt en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
De Raad wees tevens op het feit dat het nadeel voor appellant vooral voortkomt uit het feit dat zijn inkomen de inkomensgrens relatief gering overschrijdt, en dat de wetgever bevoegd is inkomensgrenzen vast te stellen. Er was geen sprake van een bijzondere situatie die toepassing van het dwingendrechtelijke voorschrift zou verbieden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de vaststelling van de eigen bijdrage voor thuiszorg wordt ongegrond verklaard.