ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- R.M. van Male
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Uitkering ineens bijzonder weduwenpensioen als inkomen in Algemene bijstandswet
Appellante ontving een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw) en daarnaast een uitkering ineens van een bijzonder weduwenpensioen. De gemeente Dongen bracht deze uitkering in mindering op de bijstand en besloot de bijstand vanaf 1 juli 1997 voort te zetten in de vorm van een renteloze geldlening, omdat zij meende dat appellante tekortschietend besef van verantwoordelijkheid had getoond door het bedrag ineens direct te gebruiken voor schuldenaflossing.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat de uitkering ineens als vermogen moest worden aangemerkt en dat bijstand om niet moest worden verleend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en sloot zich aan bij het standpunt van de gemeente.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat de uitkering ineens als inkomen moet worden aangemerkt en niet als vermogen, omdat het bedrag betrekking heeft op de periode waarvoor het weduwenpensioen bestemd is. Echter, de Raad oordeelde dat de toepassing van artikel 24 Abw Pro, waarbij bijstand wordt verleend als geldlening wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, niet van toepassing is in deze zaak. De noodzaak tot bijstand bestond immers al vóór de uitkering ineens en was niet het gevolg van het gebruik van dat bedrag.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit moet nemen waarbij rekening wordt gehouden met de ontvangen uitkering ineens. Tevens veroordeelde de Raad de gemeente in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De uitkering ineens wordt als inkomen aangemerkt, maar bijstand mag niet als geldlening worden verstrekt wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid; het besluit wordt vernietigd.