ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoeding IVF-behandeling in het buitenland
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het Regionaal Ziekenfonds Groningen om vergoeding te verlenen voor een in vitro fertilisatie (IVF) behandeling die zij en haar echtgenoot in Gent ondergingen. De behandeling bestond uit een combinatie van ICSI en TESE, waarvan vergoeding volgens het Ziekenfondswet en het Verstrekkingenbesluit niet mogelijk is. De Commissie voor beroepszaken van de Ziekenfondsraad had eerder bevestigd dat IVF geen aanspraak op vergoeding geeft.
Appellante stelde dat op grond van artikel 22 van Pro de EG-Verordening 1408/71 vergoeding wel mogelijk moest zijn, omdat het een noodzakelijke en doeltreffende behandeling betreft die in Nederland niet binnen een redelijke termijn kon worden uitgevoerd. De Raad overwoog echter dat de gecombineerde behandeling niet als verstrekking in de zin van het Verstrekkingenbesluit kan worden aangemerkt, mede omdat de TESE-techniek onvoldoende wetenschappelijk gevalideerd is en niet gebruikelijk is in Nederland.
De Raad concludeerde dat de behandeling niet behoort tot de wettelijke prestaties van het woonland en dat de weigering van vergoeding terecht is. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Tevens werd het verzoek tot vernietiging van de proceskostenveroordeling afgewezen omdat appellante niet nodeloos kosten had gemaakt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van vergoeding voor de IVF-behandeling in het buitenland.