ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over onrechtmatige inschrijving medeverzekerden Ziekenfondswet
Appellante stelde dat zij niet sinds 1 april 1989, maar vanaf 3 juli 1989 bij de zorgverzekeraar was ingeschreven en dat zij zich als samenwonende heeft gepresenteerd vanaf die datum. De zorgverzekeraar had het bezwaar van appellante tegen een eerder besluit over schadevergoeding wegens onrechtmatige inschrijving van haar kinderen als medeverzekerden afgewezen en dit besluit was door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep bracht appellante nieuwe grieven naar voren en onderbouwde zij haar standpunt met een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie en een brief van een andere zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar kon het oorspronkelijke aanmeldingsformulier niet meer overleggen en baseerde haar stelling op geautomatiseerde gegevens die een inschrijving per 1 april 1989 aangaven.
De Raad oordeelde dat het niet in strijd was met een goede procesorde dat appellante nieuwe grieven in hoger beroep aanvoerde en dat de zorgverzekeraar voldoende gelegenheid had gehad om hiertegen verweer te voeren. De Raad vond de bewijsmiddelen van de zorgverzekeraar onvoldoende concreet om vast te stellen dat appellante vanaf 1 april 1989 was ingeschreven en relevante informatie had achtergehouden.
Ook vond de Raad het van belang dat de zorgverzekeraar pas zeven jaar na de gestelde inschrijvingsdatum onderzoek deed en dat het risico van het ontbreken van het aanmeldingsformulier bij de zorgverzekeraar lag. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de zorgverzekeraar een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en de zorgverzekeraar moet een nieuw besluit nemen.