ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Toekenning AWW-pensioen met terugwerkende kracht bij vermoedelijk overlijden
Appellant verzocht om toekenning van een pensioen krachtens de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) met terugwerkende kracht vanaf de datum van overlijden van zijn echtgenote, die sinds 1990 vermist werd en vermoedelijk overleden is. De Sociale Verzekeringsbank kende het pensioen toe met ingang van 1 januari 1994, één jaar voor de aanvraagdatum, omdat een bijzondere terugwerkende kracht niet was aangenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep stelde de Sociale Verzekeringsbank dat de verjaringstermijn buiten toepassing moest blijven vanwege het vermoedelijke overlijden. De Raad stelde vast dat de datum van overlijden werd aangenomen als de datum van vermissing in 1990.
De Centrale Raad van Beroep besloot dat het pensioen met ingang van 1 mei 1990, de maand waarin appellant aan de voorwaarden voldeed, moet worden toegekend. Tevens werd de Sociale Verzekeringsbank veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het AWW-pensioen wordt toegekend met ingang van 1 mei 1990, de datum van vermoedelijk overlijden.