ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.M. van der Kade
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering AAW/WAO-uitkering wegens schending redelijke termijn en zorgvuldigheid
Appellant, werkzaam als schoonmaker, meldde zich in april 1989 ziek en ontving ziekengeld tot november 1989. Na langdurige procedures en onderzoeken, waaronder medische rapportages en arbeidsdeskundig onderzoek, weigerde gedaagde op 4 augustus 1995 AAW- en WAO-uitkeringen toe te kennen omdat appellant op de relevante datum minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit niet stand kan houden. De Raad stelt vast dat het onderzoek naar de aanspraken van appellant niet met de vereiste zorgvuldigheid is uitgevoerd, mede door persoonsverwisselingen, onjuiste gegevensverstrekking en onvolledige dossierstukken. Tevens is niet tijdig kenbaar gemaakt dat appellant zich in Nederland diende te melden voor beoordeling.
Verder overweegt de Raad dat de lange duur van de procedure een schending van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro kan opleveren, hoewel dit vooral betrekking heeft op gerechtelijke procedures. Gezien de omstandigheden moet twijfel over de arbeidsongeschiktheid in het voordeel van appellant worden uitgelegd.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en beveelt gedaagde een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van AAW- en WAO-uitkeringen wordt vernietigd en gedaagde moet een nieuw besluit nemen.