ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht op grond van privaatrechtelijke dienstbetrekking na aandelenoverdracht
Appellant betwistte het besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) dat hij verplicht verzekerd was ingevolge de sociale werknemersverzekeringswetten over de periode 1988-1992. De rechtbank had het besluit vernietigd voor de periode 1988-1989 omdat toen sprake was van gezamenlijk opererende ondernemers, maar het besluit bevestigd voor de periode 1990-1992 op grond van management agreements.
Appellant voerde aan dat ook na 1 januari 1990 zijn relatie met de onderneming voortvloeide uit de aandelenoverdracht en dat hij risicodragend bleef participeren, mede door de winstafhankelijke vergoeding en het ontbreken van een vaste vergoeding. De Raad overwoog dat voor het aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking drie voorwaarden gelden: persoonlijke arbeidsverrichting, gezagsverhouding en loonbetaling.
De Raad stelde vast dat appellant persoonlijke arbeid verrichtte, onder gezag stond van de onderneming en loon ontving, ook al werd dit via zijn persoonlijke vennootschap betaald en was de vergoeding winstafhankelijk. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat appellant vanaf 1990 een dienstbetrekking had en verplicht verzekerd was. Tevens werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant vanaf 1990 een privaatrechtelijke dienstbetrekking had en verplicht verzekerd was.