ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Herziening intrekking financiële tegemoetkoming verhuiskosten gehandicapte
Appellante ontving aanvankelijk een financiële tegemoetkoming voor verhuiskosten vanwege haar medische beperkingen en de ontoereikendheid van haar woning. Gedaagde trok deze tegemoetkoming in, omdat zij een andere, adequaat geachte woning had geaccepteerd. Appellante maakte bezwaar en stelde dat de intrekking in strijd was met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel en dat de aangeboden woning niet adequaat was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante bij het gesprek op 10 juni 1997 was geïnformeerd over het niet toekennen van de vergoeding bij verhuizing naar de betreffende woning. De Raad heroverwoog dit en stelde vast dat het oorspronkelijke medische advies waarop het niet-adequaat verklaren van de woning was gebaseerd, was achterhaald door een later advies dat een minder ernstige beperking aangaf.
De Raad oordeelde dat gedaagde de beslissing tot intrekking onvoldoende zorgvuldig had voorbereid en dat een heroverweging noodzakelijk was, waarbij alle relevante medische informatie betrokken moest worden. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd gedaagde opgedragen een nieuw besluit te nemen. De proceskosten werden aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de financiële tegemoetkoming wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.