ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering tegemoetkoming voor meervoudig gehandicapt kind
De Sociale Verzekeringsbank weigerde een tegemoetkoming op grond van de TOG-regeling aan de ouders van een meervoudig gehandicapt kind, C, met het argument dat zij niet voldeed aan de criteria voor intensieve zorg en begeleiding. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de weigering in strijd was met het gelijkheidsbeginsel omdat andere kinderen met vergelijkbare beperkingen wel een tegemoetkoming ontvingen.
In hoger beroep betoogde de Sociale Verzekeringsbank dat het gelijkheidsbeginsel slechts contra legem toegepast mag worden indien in de meerderheid van de gevallen van de regeling wordt afgeweken, en dat C in relevante opzichten verschilde van de vergelijkbare kinderen. De Raad stelde vast dat C niet voldeed aan de criteria voor dagopvang en communicatiebeperkingen, maar de vraag was of zij blijvend intensieve zorg en begeleiding nodig had.
De Raad concludeerde dat C vergelijkbare beperkingen had als andere kinderen die wel een tegemoetkoming ontvingen, en dat de Sociale Verzekeringsbank onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze kinderen intensievere zorg nodig hadden dan C. Gelet hierop en het gelijkheidsbeginsel, dat hier niet contra legem toegepast kon worden omdat de TOG-regeling beleidsregels bevat, kon het bestreden besluit niet in stand blijven.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en veroordeelde de Sociale Verzekeringsbank in de proceskosten, met de verplichting een nieuw besluit te nemen conform de uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel en artikel 3:46 Awb; de Sociale Verzekeringsbank moet een nieuw besluit nemen.