ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9112

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 november 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
98/8319 WSW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.A.A.G. Vermeulen
  • G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
  • A.Q.C. Tak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroepschrift wegens termijnoverschrijding in WSW-zaak

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van gedaagde tot beëindiging van haar dienstverband per 20 december 1996 op grond van de Wet Sociale Werkvoorziening. Het beroepschrift, verzonden per post op 16 april 1997, werd door de rechtbank geweigerd wegens onvoldoende frankering. Een nieuw beroepschrift per fax werd pas op 21 april 1997 ontvangen, na afloop van de termijn.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een beroepschrift per post alleen tijdig is ingediend indien het gehele proces, inclusief voldoende frankering, correct is uitgevoerd. Omdat het eerste beroepschrift niet geaccepteerd kon worden, geldt het faxberoepschrift als het ingediende beroepschrift, dat te laat was.

De Raad vindt geen omstandigheden die een verschoonbare termijnoverschrijding rechtvaardigen. Ook het ontbreken van een beroepsclausule in het bestreden besluit doet hier niet aan af, aangezien het besluit tijdig als appellabel werd herkend. Daarom bevestigt de Raad de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep door de rechtbank.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van het dienstverband wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

98/8319 WSW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
A., wonende te B., appellante,
en
de Bestuurscommissie van het Werkvoorzieningschap
Synergon te Winschoten, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens appellante heeft mr E.P. Groot, advocaat te
Groningen, op bij beroepschrift aangegeven gronden hoger
beroep ingesteld tegen de uitspraak van de
Arrondissementsrechtbank te Groningen van 27 november 1998,
nr. AWB 97/735 WSW V08, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Van de zijde van gedaagde is een verweerschrift ingediend.
Appellantes gemachtigde heeft een nader stuk ingezonden.
Het geding is aan de orde gesteld ter zitting van
14 september 2000, waar partijen - beiden met voorafgaand
bericht - niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
De Raad merkt vooreerst op dat ingevolge artikel 17 van Pro de op
1 januari 1998 in werking getreden Wet Sociale Werkvoorziening
(Wet van 11 september 1997, Stb. 466) op de behandeling van
dit geding het recht van toepassing blijft zoals dat voor de
datum van inwerkingtreding van die wet gold.
Bij besluit van 6 maart 1997 heeft gedaagde gehandhaafd zijn
besluit van 11 december 1996, waarbij het dienstverband met
appellante met ingang van 20 december 1996 is beëindigd op
grond van artikel 28, tweede lid, aanhef en onder b, van de
Wet Sociale Werkvoorziening (WSW).
Tegen dat besluit is door appellantes gemachtigde door middel
van een op 15 april 1997 gedateerd beroepschrift beroep
ingesteld, dat blijkens het poststempel op de enveloppe op 16
april 1997 is verzonden. De rechtbank heeft de ontvangst van
dit beroepschrift wegens onvoldoende frankering geweigerd,
waarna het op 21 april 1997 door appellantes gemachtigde
retour is ontvangen.
Diezelfde dag heeft deze gemachtigde per fax opnieuw beroep
ingesteld bij de rechtbank en verzocht het beroep ontvankelijk
te achten.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het
beroep wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk
verklaard.
De Raad overweegt het volgende.
In geding is de vraag of de rechtbank, gelet op het
bepaalde in de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Algemene
wet bestuursrecht (Awb), het beroep terecht niet-ontvankelijk
heeft verklaard.
Dienaangaande stelt de Raad vast dat 17 april 1997 de laatste
dag was van de termijn voor het indienen van een beroepschrift
tegen het bestreden besluit, zodat het door de rechtbank op 21
april 1997 per fax ontvangen beroepschrift na afloop van die
termijn is ingediend.
Met betrekking tot het op 16 april 1997 per post verzonden
beroepschrift overweegt de Raad, in navolging van het arrest
van de Hoge Raad van 8 juli 1996, BNB 1996, 268, dat van de
indiening van een bezwaar- of beroepschrift per post als
bedoeld in artikel 6:9 van Pro de Awb sprake is, indien het geheel
van handelingen is verricht dat noodzakelijk is om een
poststuk door middel van de postdienst de geadresseerde te
doen bereiken. Eén van de daartoe noodzakelijke handelingen is
het zorgdragen voor een voldoende frankering. Gegeven het feit
dat het onvoldoende gefrankeerde beroepschrift door de
rechtbank niet is geaccepteerd en de rechtbank tot die
acceptatie niet verplicht was, moet worden geoordeeld dat pas
bij fax van 21 april 1997 beroep bij de rechtbank is
ingesteld.
De Raad is niet gebleken van omstandigheden welke leiden tot
het oordeel dat sprake is van een verschoonbare
termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van Pro de Awb.
Het feit dat het bestreden besluit van 6 maart 1997 geen
beroepsclausule bevatte merkt de Raad niet als een zodanige
omstandigheid aan, omdat appellantes gemachtigde dat besluit,
getuige zijn op 16 april 1997 gedane poging tot verzending van
het beroepschrift, wel (tijdig) als een appellabel besluit
heeft herkend.
Uit het vorenstaande volgt dat de rechtbank het beroep terecht
niet-ontvankelijk heeft verklaard, zodat de aangevallen
uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig voor toepassing van artikel
8:75 van de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en mr
G.P.A.M. Garvelink-Jonkers en prof. mr A.Q.C. Tak als leden,
in tegenwoordigheid van mr A.W.M. van Bommel als griffier en
uitgesproken in het openbaar op
30 november 2000.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) A.W.M. van Bommel.
HD
28.11