Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd over de periode van 16 september 1992 tot en met 31 juli 1993. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift.
Belanghebbende stelde dat het beroepschrift tijdig per post was verzonden, maar dit was onvoldoende gefrankeerd en werd door het Hof niet geaccepteerd. Een later correct gefrankeerd beroepschrift werd pas na de termijn ontvangen. De Hoge Raad oordeelde dat voor tijdige indiening per post vereist is dat het gehele proces om het poststuk bij de geadresseerde te laten aankomen correct is doorlopen, inclusief voldoende frankering.
Daarmee werd bevestigd dat het beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en legde geen proceskostenveroordeling op.