ECLI:NL:CRVB:2001:AB0448
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- W. van den Brink
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Vergoeding inkomensschade na onrechtmatige weigering benoeming tot officier voor speciale diensten
Appellant stelde hoger beroep in tegen de weigering van de Staatssecretaris van Defensie om hem te benoemen tot officier voor speciale diensten (OSD). De Raad vernietigde eerdere besluiten wegens onvoldoende motivering en oordeelde dat appellant benoemd had moeten worden. Hoewel de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand bleven, werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de door appellant geleden materiële schade.
De schadevergoeding omvat het verschil tussen het inkomen dat appellant zou hebben genoten indien benoemd tot OSD en het werkelijke inkomen na weigering, inclusief salaris, uitkeringen en pensioen. De Raad stelde vast dat appellant zijn schade deels had beperkt door een passende functie te aanvaarden, maar dat de Staat aansprakelijk is voor het resterende inkomensverlies.
Daarnaast werd vergoeding van kosten voor juridische bijstand toegekend, beperkt tot de kosten van de onderhavige procedure. De vordering voor niet uitbetaalde verlofdagen werd afgewezen, omdat deze reeds eerder was beoordeeld. De wettelijke rente werd vastgesteld vanaf de datum van de eerste vordering in rechte in 1995.
De Raad legde een gedetailleerde berekening van de schade vast, waarbij rekening werd gehouden met de verplichting tot schadebeperking en de mate van voorzienbaarheid van de schade ten tijde van het besluit. De Staat werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van f 87.112,- voor inkomensschade over de periode 1988-1994 en verdere periodieke uitkeringen voor de periode daarna, alsmede proceskosten van f 6.390,-.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van inkomensschade en proceskosten wegens onrechtmatige weigering benoeming tot officier voor speciale diensten.