ECLI:NL:CRVB:2001:AB0505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Advies indicatieorgaan AWBZ geen bestuursbesluit; beroep gegrond verklaard
Appellante verzocht via haar echtgenoot om zorg in de vorm van hulp bij de gezinsverzorging. Het Regionaal Indicatieorgaan wees dit verzoek af, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het advies van het indicatieorgaan geen bestuursbesluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad oordeelde dat de bezwaren tegen het advies niet-ontvankelijk hadden moeten worden verklaard en vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit. De Raad besloot zelf in de zaak te voorzien door het inleidend bezwaar alsnog niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens veroordeelde de Raad het indicatieorgaan in de proceskosten van appellante.
De uitspraak bevestigt dat adviezen van indicatieorganen onder de AWBZ niet kwalificeren als besluiten van bestuursorganen, wat gevolgen heeft voor de ontvankelijkheid van bezwaar- en beroepsprocedures tegen dergelijke adviezen. De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie die deze lijn ondersteunt.
De beslissing werd genomen door de Centrale Raad van Beroep op 27 februari 2001, na behandeling op 23 januari 2001, waarbij partijen werden gehoord en vertegenwoordigd. De Raad bepaalde tevens dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd omdat het advies van het indicatieorgaan geen bestuursbesluit is.